Drie brillen op één plek. Toets je jaardoel met SMART, zet er een BHAG als stip op de horizon naast en vertaal het via OKR's naar kwartalen. Vat de richting samen op het Rockefeller one-page-canvas. En vertaal doelen naar KPI's en KRI's — met het verschil tussen sturen op prestatie en sturen op risico.
Begin met één concreet jaardoel. De tool helpt je het scherp te krijgen door drie brillen: SMART checkt de kwaliteit, de BHAG geeft het langetermijnperspectief, en de OKR's vertalen het door naar wat je dit jaar en per kwartaal echt gaat doen.
Formuleer het doel zoals het nu in je hoofd zit — de brillen hieronder maken het scherper.
Loop de vijf criteria langs. Onderbouw elk kort en zet de schakelaar om zodra het criterium echt staat.
Een Big Hairy Audacious Goal kijkt 10–25 jaar vooruit: gedurfd, helder en motiverend. Het jaardoel is een stap die díe kant op wijst.
Test: zou je dit over tien jaar nog steeds gedurfd én herkenbaar vinden? Voelt het als een stip waar het jaardoel logisch naartoe werkt?
De Objective is het kwalitatieve "waar gaan we naartoe", de Key Results maken het meetbaar. Daarna verdeel je het over de vier kwartalen.
3–5 resultaten die samen bewijzen dat de Objective gehaald is. Goede KR's zijn een getal dat van A naar B beweegt.
Het Rockefeller Habits one-page strategieplan vat de vier kernbeslissingen — mensen, strategie, uitvoering en cash — samen op één A4. Vul de vakken in; via "Print / opslaan als PDF" krijg je een nette one-pager (liggend A4) om op te hangen of te delen.
Een doel zonder indicatoren stuur je niet bij. Vertaal je doel naar meetpunten — en maak twee onderscheiden expliciet: leading vs. lagging (vooruitkijkend vs. terugkijkend) én KPI vs. KRI (presteer ik, of loop ik risico het doel níet te halen).
Meet of je het doel haalt. Kijkt naar resultaat en voortgang: "doen we het goed?" Stuurt op presteren.
Vroegsignaal dat het doel in gevaar komt. Meet de blootstelling aan risico: "dreigt het mis te gaan?" Stuurt op tijdig ingrijpen.
| Leading — vooruitkijkend | Lagging — terugkijkend | |
|---|---|---|
| KPI | Stuurt op gedrag. Bijv. % medewerkers dat awareness-training afrondde — voorspelt latere weerbaarheid. | Bewijst resultaat. Bijv. gemiddelde oplostijd van incidenten over het afgelopen kwartaal. |
| KRI | Waarschuwt vroeg. Bijv. aantal openstaande kritieke kwetsbaarheden ouder dan de norm. | Toont opgelopen schade. Bijv. aantal datalekken dit jaar. |
Vuistregel: leindicatoren geven je tijd om bij te sturen, lagindicatoren bevestigen of het werkte. Een gezonde set heeft van beide.
Bouw per indicator op: benoem het type (KPI/KRI), de aard (leading/lagging), een heldere definitie/formule, de norm of drempel, frequentie, eigenaar en bron.